Niemand
‘Het monumentale subject van de staat is dus niet iemand, maar Niemand. In dit vreemde antwoord zit de list van alle instituties verborgen. Alleen Niemand kan het institutionele leven van een onbetwijfelbare grondslag voorzien.
Geïnstitutionaliseerde mensen (p.97) zijn bereid te erkennen dat Niemand niet zozeer iemand is maar een naam, niets meer maar ook niets minder dan een naam. Het nominalistische lesje dat Odysseus voor Polyphemus in de aanbieding heeft, is dit: het is niet waar dat er niemand in de grot is, maar wel waar dat er iemand is die Niemand heet.”
Er was eens een God, Bijbelse geschiedenis, Jan Blokker, Jan Blokker jr. en Bas Blokker, (2006)
‘Mozes schrikt; hij stribbelt tegen. Hij vraagt God naar zijn naam, maar daarop krijgt hij geen rechtstreeks antwoord: ‘Ik ben die er zijn zal.” (p.52)
Middeleeuwse wijsbegeerte, L.M. de Rijk, 1977, p210: ‘Vanaf de vroegste tijden heeft men ook in de latijnse traditie deze uitspraak beschouwd als een zelfgetuigenis van God. Zo zegt Hilarius van Poitiers (De Trinitate I,5) dat God niets méér eigen (proprium) is dan het zijn. Later werd dit eigen toegespitst in het grammaticale ‘eigennaam’ (nomen proprium).
Dit moet men zeer strikt opvatten: ‘qui est’ (en ‘qui sum’) zijn een eigennaam die alleen aan God toekomt.’
Philosophical Essays, Essay on the Nature and Meaning of Rationalism, Fernando Pessoa, 2012, p.3: ‘The truth is that atheism is not a form of disbelief, but of belief. It is commonly supposed that an atheist is a man who does not believe in the existence of God. This is wrong, for he is not so negative. He is a man who believes in the existence of not-God.”
De naam van de roos, Umberto Eco, Boekenbijlage Vrij Nederland 1984
Slotzin: ‘stat rosa, pristina nomine, nomina nuda tenemus’, de roos van weleer bestaat als naam, naakte namen houden we over.’
AvdW, juli 2025